Vervanging van de oververhittingsbeveiliging (art.-nr. 0119017):
De vervanging mag alleen worden uitgevoerd door de fabrikant of een elektricien.
Gevaren:
Onjuiste vervanging kan de werking van de oververhittingsbeveiliging beïnvloeden.
Brandgevaar bij overbelasting.
Gevaar voor elektrische schokken bij niet-vakkundige uitvoering.
Let op:
Belast de oververhittingsbeveiliging bij de afdekkap niet mechanisch, omdat dit de werking kan beïnvloeden. Gebruik oververhittingsbeveiligingselementen met visueel beschadigde afdekkap niet meer.
De op het typeplaatje van de gebruikte kabelhaspel aangegeven vermogenswaarden moeten worden aangehouden en in uitgerolde toestand niet worden overschreden.
Stekker uit het stopcontact halen / kabelhaspel spanningsloos maken.
Stekkerdoosplaat losdraaien (3 schroeven).
De twee draden aan de oververhittingsbeveiliging losdraaien (2 schroeven).
Defecte oververhittingsbeveiliging verwijderen:
Door de oververhittingsbeveiliging uit de rode huls, die in de stekkerdoosplaat is ingebouwd, bijvoorbeeld met een schroevendraaier uit te breken / uit te buigen. Hierbij wordt de oververhittingsbeveiliging onherroepelijk vernietigd.Oude huls van binnen naar buiten drukken en verwijderen.
De nieuwe huls in de stekkerdoosplaat plaatsen (bij IP 44 moet de meegeleverde beschermkap er nog overheen worden geschoven).
Oververhittingsbeveiliging in de huls drukken. Zorg ervoor dat het kleine lipje aan de buitenkant van de drukknop in de groef van de huls wordt geplaatst.
De oververhittingsbeveiliging wordt nu stevig in de huls gedrukt totdat deze vastklikt. Verbind daarna de twee delen tot één stevige eenheid.
De twee draden vastschroeven en de stekkerdoosplaat met de drie schroeven weer monteren.
De fabrikant neemt de productaansprakelijkheid alleen over voor producten waarbij het oververhittingsbeveiligingselement door de fabrikant is vervangen.