De brennenstuhl® vochtigheidsmeter FM-01 geeft de vochtigheid van een materiaal weer als een percentage van het gewicht. Het mogelijke meetbereik hangt af van de geselecteerde materiaalmodus en varieert in totaal van 0 tot 54,8 %.
Belangrijk: De weergegeven procentwaarde is geen meting van de relatieve luchtvochtigheid, maar verwijst naar het vochtgehalte van het geteste materiaal. Het betreft bovendien uitsluitend een oppervlakkige, lokale meting op de plek waar de meetpennen in het materiaal worden ingebracht of geplaatst. Diepere materiaallagen worden hierbij niet gemeten.
Welke meetbereiken gelden voor de verschillende materialen?
Afhankelijk van de geselecteerde modus gelden bij de FM-01 de volgende meetbereiken:
- ZACHT HOUT: 8,8 tot 54,8 %
- HARD HOUT: 7,0 tot 47,9 %
- BOUWMATERIALEN A – Cementmortellaag, beton: 0,9 tot 22,1 %
- BOUWMATERIALEN B – Anhydrietmortel: 0,0 tot 11,0 %
- BOUWMATERIALEN C – Cementmortel: 0,7 tot 8,6 %
- BOUWMATERIALEN D – Kalkmortel, gips: 0,6 tot 9,9 %
- BOUWMATERIALEN E – Baksteen: 0,1 tot 16,5 %
De resolutie van het meetinstrument is 0,1 %, de in de handleiding opgegeven nauwkeurigheid is ±2 %.
Welke richtwaarden vermeldt de handleiding voor bouwmaterialen?
Als richtlijn bevat de handleiding bij 20 °C en 65 % relatieve luchtvochtigheid onder andere de volgende vochtgrenswaarden:
- Anhydrietmortel: onder 0,5 %
- Beton: onder 2,2 %
- Gips: onder 0,8 %
- Kalkmortel: onder 2,0 %
- Gebakken baksteen: onder 1,0 %
- Cementmortellaag: onder 3,0 %
- Cementmortel: onder 3,0 %
Deze gegevens zijn richtwaarden uit de handleiding. Of een materiaal voor een bepaald gebruik droog genoeg is, kan afhangen van andere factoren en de specifieke eisen van het materiaal of bouwproject.
Waarom zou ik op meerdere plaatsen meten?
Vocht kan binnen een bouwonderdeel of stuk hout ongelijk verdeeld zijn. Voor een betere inschatting is het daarom aan te raden meerdere metingen op verschillende plaatsen uit te voeren en de waarden met elkaar te vergelijken.
Zorg er bovendien voor dat u altijd de voor het materiaal passende meetmodus gebruikt. Een meetwaarde kan alleen zinvol worden beoordeeld als de juiste materiaalgroep is ingesteld.